vrijdag, zaterdag, zondag
Drie keer kijken naar God
De drie monotheïstische godsdiensten
hebben allen hun 'dag van God'. Eén dag op de zeven is bij alle drie
voor Hem: het zijn 'de tienden van de tijd' die ze aan de Schepper
afdragen, want ze zijn geen eigenaars van de tijd maar alleen
beheerders. Zowel voor moslims, joden als christenen heeft de 'Dag van
God' voorrang op alle andere activiteiten van het leven. Want God mag
niet verloren geraken tussen de afgoden van geld, macht en eer. Daarom
wordt Hij geëerd - persoonlijk en collectief - op zijn dag, verheven
boven alle werkdagen van de week.
Maar het gaat in elk van de drie godsdiensten om een
andere dag: vrijdag in de islam, zaterdag bij de joden
en zondag bij de christenen. Het zijn meteen ook drie
onderscheiden manieren om naar God te kijken.
De
vrijdag is de heilige dag in de Koran. Mohammed stelde hem in om
de moslims te onderscheiden van joden en christenen. Het is de zesde
dag, de dag waarop Adam werd geschapen. Die dag is gewijd aan Gods
majesteit en grootheid; de mens als schepsel is er geheel aan
onderworpen. Dat betekent trouwens ook het woord 'islam'. De zesde dag -
de vrijdag - toont de mens als 'dienaar Gods', geheel aan Hem
onderdanig.
De zaterdag is bij de joden de zevende dag. Het is de dag
waarop God rust: God neemt dan afstand van zijn werken en de mens moet
Hem daarin navolgen; hij moet zich niet laten overheersen door zijn
werken. Het is een dag om aan de Schepper te denken en Hem na te volgen
in zijn rust. Maar het is ook de dag om aan God als Verlosser te denken:
"Herinner u dat ge ook ooit slaven bent
geweest in Egypte en dat de Heer, uw God, u met machtige hand en
krachtige arm heeft uitgeleid. Daarom beveelt de Heer u dat u de
sabbat onderhoudt..." (Dt 5, 15).
De
zondag is de dag van de verrijzenis en de eerste dag. Het
is de dag van de ontmoeting tussen Maria van Magdala en haar verrezen
Heer in de tuin van de nieuwe schepping. De zondag verwijst ook naar de
eerste dag van de schepping, toen God licht en duister scheidde (Gen. 1,
3-5). Jezus' verrijzenis is juist het echte Licht dat alle duister
opheft. Tenslotte is de zondag ook al het vooruitgrijpen naar 'de
laatste dag' op het einde van de tijden, als alle doden uit de
graven zullen opstaan. Men noemt hem daarom ook de achtste dag.
Dan komt er een nieuwe aarde en een nieuwe hemel.
Zo voltooit de zondag de zesde (schepping) en de zevende dag (rustdag),
islam en jodendom.
De zondag: dag van God;
Aan de zondag kun je nog het best zien hoe
christenen de tijd beleven en waarin hun beleving specifiek is.
De zondag vieren is ervoor zorgen dat de mens de zin voor God niet
verliest. Te midden van de drukte van het doen, is de zondag een venster
geopend op God en de merksteen dat God de eerste is. De zondag is de
wachter en de bewaker van de verticaliteit in een samenleving.
Neem de zondag weg en God raakt terstond vergeten.
De zondag zorgt ervoor dat God niet zoek raakt tussen
de valse goden van bezit, macht, eer, seks: de cultus van het 'ik'. Wij
zijn erfgenamen van Elia, die vocht met de idolen op de Karmel. God is
geen Baal.
Op de achtste dag erkent de christen God als zijn Schepper aan wie hij
alles te danken heeft, alles wat hij heeft of is. Hij eert in zich "Gods
beeld en Gods gelijkenis". Maar op deze verrijzenisdag erkent
hij Hem ook als de Verlosser, die "zijn Eengeboren Zoon
heeft gezonden om ons los te kopen uit de slavernij van het
kwaad". Hij weet telkens weer dat hij in Gods ogen meer waard
is dan zilver of goud, zelfs meer dan het leven van zijn eigen
Zoon.
De zondag - de achtste dag - kijkt dan vooruit naar de
voltooiing, naar de God die komende is. Niet alles ligt achter ons, er
is nog zoveel te verwachten. Wij zijn niet enkel mensen van geheugen en
herinnering, en evenmin van louter engagement in het nu. We zijn bovenal
mensen van hoop en van toekomst.
Dag van de Kerk
De zondag is er evenzeer om ons de zin van de
Kerk bij te brengen, ons daarin te bevestigen en, te bewaren. Zonder de
zondag verdampt het zelfbesef van de christelijke gemeenschap.
's Zondags samen naar de kerk gaan is week na week
ingaan tegen een groeiend individualisme in de Kerk, en zelfs in de hele
samenleving. Zonder die zondag verschrompelt godsdienst tot een loutere
privé-aangelegenheid: ik en mijn Schepper.
's Zondags gaan we in op de roep van de klok op
de toren
en we doorbreken zo de religieuze 'cocooning', waarvan we heden ten dage
allemaal iets in onze genen meedragen.
Als velen liever thuisblijven, dan is dit niet nieuw
als we lezen wat al in de derde eeuw werd geschreven:
'Aangezien jullie ledematen van Christus zijn, verspreidt u niet ver
van het kerkgebouw ... Beroof de Heer niet van zijn ledematen en
scheur zijn lichaam niet vaneen. Laat de zorgen des levens het niet
halen op het woord van God, maar .. laat alles aan de kant en haast u
naar de kerk" (Leer van de Apostelen 2, 59).
De zondag toont dat we samen Volk van God zijn en een
koninklijk priesterschap. Daar haken de beide priesterschappen ineen
tijdens de ene zondagsliturgie. Het priesterschap van de ambtelijke
priester brengt Christus' offer aanwezig. Het priesterschap van de
gelovigen neemt eraan deel en draagt de hele Kerk op "als een
levend, heilig en aangenaam offer aan God, een geestelijke
offerande" (zie Rom. 12,1).
De zondagsmis toont hoezeer de Kerk er zich van bewust is dat ze haar
bestaan en haar kracht niet uit zichzelf haalt, maar van elders: uit
God. Ze put al haar levenssappen uit de eucharistie. Ze wordt
gevoed en in stand gehouden 'van elders'.
Niet wij maken de Kerk, God doet dat.
Voor meer uitleg over de dag des Heren zie: www.catechismus.nl